Naar de brugklas

images-2

De vakantie is begonnen.

Voor de achtste-groepers is het de start van een grote overgang.

In deze intense fase zullen de (hoog) sensitieve kinderen zeker met uitdagingen te maken krijgen. Weerstand zal hun deel zijn. Juist in deze fase zal hun potentie om zich te ontwikkelen worden aangesproken. Soms echter lukt het niet om zelf oplossingen te bedenken.

Ik wil hier graag twee voorbeelden geven waarin pubers met mij een oefening deden waardoor ze zich veiliger konden voelen in de groep en in nieuwe situaties.

Graag stel ik ze eerst even aan je voor:

Het meisje van dertien praatte met zachte stem en keek me nauwelijks aan.

Ze voelde zich onveilig op school. Ze zat in de brugklas. De meiden uit de groep negeerden haar. Nadat ze terug kwam op school na een korte ziekte was het lastig om er weer in te komen. Ze had de introductie al gemist. Die kennismakingsweek lag ze met een forse griep op bed. Het was al moeilijk daardoor haar plek in te nemen in de groep. Wat kon ze doen om zich veiliger te voelen? Klopte het dat ze het gevoel had te worden gepest? Ze wil niet meer naar school. Het liefst duikt ze onder de dekens en verstopt ze zich. Het probleem is te groot.

Het andere meisje had ervoor gekozen te wisselen van school. Ze zat in de derde. Omdat ze eerst naar het station moest fietsen en met de trein naar de stad waar ze een vrije school bezocht reisde, had ze niet genoeg tijd om haar huiswerk te maken. Ze is echter consciëntieus en raakte daardoor gefrustreerd. Ze is ook voorzichtig. Ze houdt afstand, kijkt eerst voor ze mee doet. Eenmaal op de nieuwe school ging het mis. De nieuwe school is erg groot en de kinderen zijn anders. Harder, vindt ze. Ze spreken een andere taal, ze kleden zich anders. Ze weet zich te vaak geen houding te geven als ze op het schoolplein staat. Haar gespreksstof is onvoldoende wanneer het gaat over kleding en ditjes en datjes. Ze ervaart nauwelijks verbinding. Haar sterke check en stop systeem zorgt ervoor dat ze zich steeds meer gaat terugtrekken. Ze let te veel op details. Een scheve blik, een klein lachje terwijl men naar haar kijkt, en hup: haar gevaarsignaleringsysteem gaat meteen werken. Ze vlucht. Of bevriest.

Bij beide meiden werkte de volgende oefening:

We gingen eerst op zoek naar een alternatief:

Wat wil je liever voelen?

Wat zou je willen zeggen?

Wat kun je denken om je zo te voelen?

Wat kun je doen?

Eerst namen we dit goed door. We ontdekten de aannames die de meiden hebben. Zoals:

  1. Ze moeten me altijd aardig vinden.
  2. Of: Het moet altijd volgens de regels gaan. Ze moeten zich altijd aan afspraken houden.
  3. Deze kwam ook langs: Als dit gebeurt is dat een regelrechte ramp.
  4. En: Het moet altijd makkelijk gaan.

Dus we zochten eerst naar een positieve en veel handigere aanname:

  1. Ik vind ook niet altijd iedereen aardig. Het is een feit dat niet iedereen het goed met de ander kan vinden. Dat wil niet zeggen dat je meteen afgewezen wordt, of ruzie hebt.
  2. Iedereen doet het op zijn eigen wijze. En soms loopt iets nu eenmaal anders dan je hebt gepland. Het  ligt dus niet aan mijn handelen of uitstraling.
  3. Een ramp is het zeker niet. Je kunt met anderen altijd weer in gesprek gaan. Je kunt bijvoorbeeld excuses maken en opnieuw beginnen.
  4. Ik kan om hulp vragen als het echt te moeilijk is. Echter: het is ook fijn om door te zetten en me tevreden te voelen na afloop.

We checkten vervolgens of ze wel eens hadden meegemaakt dat iets uiteindelijk wel mee viel. Of dat een ander eigenlijk heel ‘gewoon’ deed bij een volgende contact. Dat ze ergens opnieuw mee waren begonnen of hadden doorgezet en zich heel tevreden voelden na afloop. Ze vormden zich daar dus een beeld van. Ze tekenden vervolgens schematisch hoe een dergelijke situatie was verlopen. Hun herinnering er aan werd op deze wijze versterkt.

Pas wanneer ze echt tevreden waren schreven ze de nieuwe aanname op een mooie kaart.

Vervolgens gingen we samen uitgebreid op zoek naar wanneer zich een situatie voor deed waarin ze zich afgewezen voelden.

Met de ogen dicht mochten ze kijken naar een denkbeeldig beeldscherm waarop ze deze specifieke situatie waarin ze zich niet erkend voelden zagen verschijnen. Klopte het dat ze werden afgewezen? Aan welke details bij de anderen hadden ze dat gemerkt?

In het geval dat het klopte mochten ze doen alsof ze naar de anderen gingen en mochten ze in gedachten vertellen waarom ze daar zo’n last van hadden. In beide gevallen werd er al een emotionele lading losgelaten. Ze konden het uiten en wel op een veilige manier.

De herinnering aan wat ze op dat moment in hun lichaam voelden werd daarna teruggehaald. Het viel de meiden beiden op dat ze het al veel minder voelden.

Nu mochten ze doen alsof ze met hun huidige ik naar hun jongere ik toe konden gaan. Ze kregen even de tijd om met hun jongere ik te spreken en te vragen of deze jongere ik de nieuwe aannames wilde gaan gebruiken in toekomstige situaties. Ook dat lukte.

Ze pasten de Energy Switch toe: alle energie die ze waren kwijtgeraakt in deze situatie mochten ze weer terugnemen.

En ze mochten de energie van de anderen teruggeven.

Ze voelden zich erna veel positiever en optimistischer.

En we keken samen naar de toekomst en ze deden alsof ze hun nieuwe gedrag al toepasten in een nieuwe situatie.

Bij beide meisjes werkten de oefeningen heel goed. Deze NLP technieken zijn uitermate geschikt voor de groep kinderen waar ik mee werk.

Waarom wilde ik dit graag met jullie delen?

Bij hoogsensitieve kinderen en pubers gaat dat herinneren en het zich iets voorstellen vaak heel makkelijk. Deze kinderen zijn visueel heel sterk en imaginatief (fantasie) ook. Ze hoeven maar aan iets te denken en ze zien het weer voor zich, alsof op een innerlijk scherm de situatie wordt geprojecteerd. Compleet met zintuigelijke ervaringen en gevoelens in het lichaam. Ze hebben hun hele lichaam ingesteld op ervaren dus wanneer ze er aan terugdenken krijgen ze dat gevoel weer heel makkelijk terug.

Dit is de reden dat ze vaak tegen dingen gaan opzien: als ze denken aan een gebeurtenis waarin ze zich niet oké voelden brengen ze dit oude gevoel eigenlijk heel makkelijk naar een nieuwe toekomstige situatie.

Het heeft allemaal met de spiegelneuronen te maken.

Die doen het heel goed bij HSK en HSP’s.

Gebruik de spiegelneuronen dus altijd op zo positief mogelijke wijze.

Help deze kinderen daar bij.

Sylvia van Zoeren

www.sensikidsopleidingen.nl

Een reactie plaatsen