shutterstock_195047177

Het ‘appeltaart verhaal’. Over hoogbegaafde thuiszitters

Tegenover me zit een bijzonder aardige jongen van zeventien.
Hij was te laat. Het begon ‘kneiter’ hard te regenen en omdat hij even wachtte tot het ergste voorbij was miste hij de bus. Gelukkig hebben we nog drie kwartier.

Hij vertelt me een en ander over de afgelopen tijd.
‘Ik ben een thuiszitter, ga niet meer naar school.’ Hij bezocht een paar jaar een school voor bijzonder onderwijs, kreeg jaren terug de diagnose ADHD, vond zichzelf dom en dacht dat iedereen dat moest denken gezien zijn resultaten en gezien het feit dat hij op de school voor bijzonder onderwijs zat.
Tsja, hoe kwam hij daar ooit terecht?
‘Nou, weet u wel, de ADHD?’

Hij werd de laatste twee jaar ook begeleid door een jeugdpsychiater van een grote instelling.
‘Die wist het ook niet meer’, zei de jongen. ‘Hij wilde me ook de diagnose autisme geven omdat ik erg sensitief reageer op geluiden en prikkels om me heen en dan niet meer kan communiceren.’
‘Ik wist het ook niet meer.’ Hij zucht en zakt onderuit. ‘En toen wilde ik niet meer. Niet meer naar die school.’ ‘En ook niet meer naar die psych.’

Even later vertelt hij dat een collega van de psychiater hem nog eens ging testen halverwege vorig jaar. Uit één van de testen bleek dat hij een intelligentiescore van 134 heeft. En dat terwijl hij al die tijd dacht dat hij zwakbegaafd was! En weet je? Als ik gewoon op school had geleerd, dan had ik misschien nog wel hoger gescoord!’

‘Wat is er gebeurd denk je?’, vraag ik.
‘Ik denk dat ik in de eerste jaren van de basisschool niet wilde. Ik droomde veel. Ik vond het gewoon niet leuk!’

‘En later wilde ik alleen maar chillen. Ik heb best veel vrienden dus ik ben nooit alleen. Ik vind vriendschap belangrijker dan schoolwerk.’

Uit een andere score blijkt dat hij hoog scoort op intelligentie, maar veel lager op handelingsgericht zijn.
‘Er komt inderdaad niet veel uit mijn handen’, zegt hij, nog steeds onderuitgezakt zittend op de stoel.

Volg het recept

Ik vertel hem mijn ‘Appeltaart’ verhaal. In onze trainingen vertel ik dat verhaal vaak aan de deelnemende coaches en therapeuten om een idee te geven van hoe dit volgens mij werkt bij kinderen en pubers. (Overigens ook bij volwassenen hoor!)

Hoogbegaafde kinderen denken vaak razendsnel en zijn meestal erg associatief. Zij onthouden beeld makkelijk, kijken goed hoe we iets doen en leren daardoor schijnbaar makkelijk. Of ze lesstof echt doorgronden is echter nog maar de vraag.

Als ik vertel dat ik die avond iets ga maken omdat mijn man morgen jarig is en ik begin de ingrediënten stuk voor stuk op te noemen dan weten ze na een drietal ingrediënten wat ik ga maken en luisteren ze niet meer. Daar komt bij dat ze irritatie gaan voelen bij een opsomming die natuurlijk onnodig is volgens hun. Onrust is het gevolg: er wordt met voeten getapt, sommigen beginnen te dromen, enkelen beginnen te gapen of neuriën zelfs.

En hier ligt nu het probleem!
Omdat er niet meer wordt geluisterd slaan ze stappen over, volgen ze het recept niet meer en hebben ze dus ook geen appeltaart aan het eind van de dag!
Je kunt best snel weten wat de bedoeling is maar of dat betekent dat je dan ook meteen weet hoe je iets doet of maakt, dat is dus de vraag. Het is natuurlijk ook dodelijk saai om te luisteren hoe ik stap voor stap een appeltaart maak. Veel leuker zou het zijn om het te doen. Maar of je dan later weet hoeveel meel je gebruikt, en hoeveel suiker, en hoe lang de taart in de oven moet, dat is ook nog maar de vraag.

‘Wil je leren hoe je dingen doet?’ vraag ik hem.
‘Graag!’ zegt hij.

Ik vraag aan de aardige jongen wat hij wil. Hij is bijna achttien en kan dan gaan werken. Hij mag nu ook al werken trouwens. Van het Bureau Arbeids Participatie. Want thuiszitten is ook niet de bedoeling natuurlijk. Maar… tsja, eigenlijk wil hij de MAVO doen. En daarna de HAVO. Zodat hij misschien toch kan gaan studeren. Maar ja, ja maar… dat kost geld, wel 135 euro per maand.

Maar ja, ja maar…

Ik zie mijn geest nu eerlijk gezegd dwalen. Hij? Thuis studeren? Met een dergelijke kloof tussen denken en doen? Maar ik verbijt mezelf. Dit heeft hij natuurlijk vaak genoeg gehoord! Aan de slag!

Onze eerste stap is een stappenplan maken.

Wat wil hij?
Hoe wil hij het aanpakken?
Wat heeft hij nodig?
Wat houdt hem tegen?
Hoe zal het zijn als hij de eerste stap heeft gezet?
Hoe zal het zijn om de eerste dag naar de MAVO te gaan?
Hoe zal hij zich dan voelen?
Wat zal hij dan denken over zichzelf?
Als hij nu niets doet en het jaar 2015 is voorbij, hoe zal hij zich dan voelen?
Wie kan hem helpen om zijn doel te bereiken?

Onze volgende stap is een nieuwe afspraak maken. Om negen uur in de ochtend. Lukt dat?
‘Ja, ja! Ik kom!’

We gaan er voor!

Een reactie plaatsen